In de verdediging van de Oude Hollandse Waterlinie nam Woerden een centrale plaats in, onder meer door zijn strategische ligging aan de Oude Rijn. In Woerden zetelde het Groot Waterschap van Woerden. Prins Willem III verordonneerde hier de inundatie van de omliggende polders en voer met een boot van het waterschap langs zijn troepen die waren gelegerd langs de oevers van de Rijn. De forten in Nieuwerbrug, Bodegraven en Zwammerdam en Alphen aan den Rijn moesten de weg naar Leiden en de rest van Holland afsluiten. Helaas werd Woerden al snel door de Fransen bezet, maar enkele keren probeerde Prins Willem III de stad te ontzetten. In de nacht van 12 oktober 1672 leidde dit tot een gruwelijk gevecht bij De Kruipin. Dit was een strategisch gelegen punt bij de Oude Rijndijk aan de noordoostkant van Woerden. Er sneuvelden ruim 2.000 Fransen en 600 Hollanders waaronder de oom van Willem III: Frederik van NassauZuylestein. Het lukte niet om Woerden te ontzetten. Woerden bleef een Franse uitvalsbasis en in december zou de Franse generaal Luxembourg vanuit Woerden een nieuwe poging doen om Holland binnen te vallen over een bevroren Waterlinie.

Vaarroute, 59 km

De audiovaartroute is via Izi.Travel online en offline te raadplegen. Wandelt u liever zonder uw telefoon, dan kunt u  de PDF-versie  hier downloaden.

Bezoekt u deze pagina met uw mobiel? Volg deze downloadlink.

  1. De Scheepsjongens van Woerden verhuren sloepen in allerlei maten voor vaartochten door het Groene Hart en de Oude Hollandse Waterlinie. Een ideaal startpunt voor alle vaartochten. De Scheepsjongens zijn gevestigd aan de Singel in Woerden (www.descheepsjongens.nl ).
  2. Woerden nam een centrale plek in de Waterlinie in, door zijn ligging aan de Oude Rijn en als schakel tussen de noordelijke en zuidelijke inundatiekommen. In Woerden was ook het Grootwaterschap Woerden gevestigd. In juni 1672 werd de stad door de Fransen ingenomen. Na het Rampjaar 1672 werd Woerden versterkt. Om de oude stadswal werd in de 18e eeuw een tweede modernere vestingwal aangelegd: het retranchement, een extra wal voor de verdediging van de stad. Ten noordoosten van Woerden werden twee verdedigingsposten ingericht: Fort De Kruipin en Fort Oranje. De 18e -eeuwse buitengracht is nog intact en twee bastions zijn nog aanwezig. De vorm van de verdedigingsgracht is recent geaccentueerd en verfraaid door het Singelplan, een ambitieus project voor verfraaiing van de buitenste verdedigingsgracht. Aan de Waterlinie herinneren nog Bastion het Holle Bolwerck aan de Hoge Wal, het Exercitieveld, het Defensie-eiland (een voormalig Ravelijn) en 18e -eeuwse gebouwen als het Arsenaal en de Kazerne.
  3. Hoewel er in 1270 pas voor het eerst een vermelding is van een versterkt Huis te Linschoten, was dit er waarschijnlijk ook al in 1172. Het huidige Huis te Linschoten is in de periode 1638 – 1647 gebouwd door Johan Strick en heeft een bijna vierkant oppervlak van 18 x 20 meter. Het Huis te Linschoten kwam het Rampjaar ongeschonden door en is in de loop der eeuwen meermaals verbouwd en gerestaureerd. Het is in bezit geweest van meerdere families.
  4. Het dorp Linschoten Linschoten wordt voor het eerst genoemd in 1172 als Lindescote, een samenvoegsel van Linde (de naam van een riviertje) en scote (een stuk land dat uitkomt boven het laagland). Een deel van Linschoten is een beschermd dorpsgezicht. Verder zijn er in het dorp tientallen rijksmonumenten. Je vindt er naast het Huis te Linschoten onder meer de slangenmuur, een boswachters- en tolgaarderswoning en niet te vergeten de kerk met de scheve kerktoren (‘Pisa in het klein’).
  5. Verborgen in het landschap bij Linschoten ligt de 18e eeuwse Linie van Linschoten. Dit verdedigingswerk is een onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie. De weilanden lagen hier op een hoger niveau dan bij Woerden en daarom kon het land lastig onder water worden gezet (geïnundeerd). Hierdoor ontstond een zwakke schakel in de verdedigingslinie. Om de vestingstad Woerden te beschermen moest de Linie van Linschoten worden aangelegd. Deze linie was meer dan een kilometer lang en had wallen van vier meter hoog, omringd door grachten. Vanaf de 19e eeuw werden de wallen afgegraven en de grachten gedempt. Het verdedigingswerk is nu nog slechts herkenbaar aan de bomen die groeien op de plek van de vroegere grachten.
  6. Montfoort is strategisch gelegen aan de Hollandsche IJssel, in het grensgebied van Holland en Utrecht. Het kasteel – uit de 12e eeuw – moest het Utrechtse Sticht beschermen tegen de aanvallen van de Hollandse graven. Hoewel het stadje wel ommuurd was, zou het geen deel uitmaken van de Oude Hollandse Waterlinie. Wel speelde Montfoort een rol in het Rampjaar 1672. Bij de aanval op de Republiek werd Montfoort door de Franse troepen bezet. Daarbij werd het kasteel opgeblazen. Alleen het oude poortgebouw en een achtkantige toren bleven gespaard.
  7. De jachthaven Marnemoende ligt ongeveer 7 kilometer varen vanaf Montfoort. Naast een restaurant heeft de jachthaven ook overnachtingsmogelijkheden in de Trek-In of op een Kampeervlot. Maar ook met een tent, camper of boot is het prettig overnachten.
  8. Vanuit Montfoort zijn diverse wandel- en fietsroutes te maken door het Groene Hart, langs vestingsteden van de Oude Hollandse Waterlinie of langs de Montfoortse Vaart. Als kleine vestingstad is het een bezoek meer dan waard. In het historische centrum staan veel monumentale gebouwen, zoals het Kasteel van Montfoort, het Oude Stadhuis, de Commanderij, Molen de Valk en diverse kerken. Maak een ‘ommetje’ langs deze schitterende historische bouwwerken.
  9. In de 18e eeuw werd de Oude Hollandsche Waterlinie steeds meer naar het oosten verplaatst. Zo werd in 1796 de Linie van de Pleyt aangelegd tussen Oudewater en Montfoort. De weilanden lagen hier, net als bij de Linie van Linschoten, wat hoger dan bij Woerden, waardoor het land lastig onder water kon worden gezet. Hierdoor ontstond een zwakke plek in de verdediging. De schans was nodig om deze zwakke plek aan beide kanten van de IJssel te kunnen verdedigen. Aan deze linie herinneren nog enkele schansresten aan de Waardsedijk in Snelrewaard, boerderij De Schans en restaurant De Schans aan de Provinciale Weg in Willeskop.
  10. Oudewater is niet alleen het oudste stadje van het Groene Hart, het is een sfeervolle en monumentale stad met talloze bezienswaardigheden zoals musea, drie kerken en het stadhuis met ooievaarsnest. De binnenstad kenmerkt zich door zijn vele prachtige panden met historische gevels uit de Gouden Eeuw. In de musea de Heksenwaag en Touwmuseum de Baanschuur wordt de historie van Oudewater verteld, die teruggaat tot diep in de Middeleeuwen! Ook Oudewater werd na het Rampjaar versterkt en uitgebouwd als vestingstad van de Oude Hollandse Waterlinie. In de stadsplattegrond zijn die vestingwerken soms nog terug te vinden.
  11. Het best bewaard is de Grote Gracht aan de oostkant van Oudewater. De Nieuwe Singel begrenst de oostelijke buitengracht. Aan de stadszijde loopt de Lange Burchwal: eens een Middeleeuwse stadsommuring. Aan de overkant van de IJssel ging de omwalling verder als Westerwal. Dit 17e – eeuwse halfbastion werd volledig omgeven door het water van de stadsgracht en de Hollandsche IJssel. Aan de noordkant verrees later de scheepswerf De Hollandsche IJssel. Net zoals in andere vestingsteden werden voormalige stadswallen gebruikt voor industriële doeleinden, stadsparken en begraafplaatsen. Oudewater is de enige vestingstad waar nog een goed functionerend fabriekscomplex op de oude wallen staat.
  12. Een strategisch object binnen de vesting vormde de Linschotersluis, met de naast gelegen Heulbrug uit 1767. In 1367 werd de Linschotersluis aangelegd binnen de stad. De brug en de sluis zijn later vele malen herbouwd. De bijbehorende sluiswachterswoning bevindt zich op Vinkenbuurt 1. De Heulbrug uit 1767 maakte deel uit van de omwalling die de Lange Burchwal met de Biezenwal verbond. Aan het eind van de Lange Burchwal stond de Linschoterpoort, vlak naast de Heulbrug. Een afbeelding hiervan is te zien op het bord op het terras naast de brug.
  13. In het Rampjaar speelden de Goejanverwellesluis en de Enkele Wierickesluis aan de Hollandsche IJssel een belangrijke rol. Deze vormden samen met de sluis bij Nieuwerbrug aan de Oude Rijn, de inlaat tot de polder Langeweide, het smalste stuk van de Waterlinie. Op 17 juni 1672 stroomde de polder vol en dat was net op tijd want de Franse troepen stonden al voor de inderhaast geïnundeerde Waterlinie en hadden zelfs Oudewater veroverd. In allerijl besloot de commandant van Goejanverwelle, de graaf van Hoorne, schansen en fortificaties op te werpen ter verdediging van de sluizen. Voorlopig was de waterlinie gered! Na het Rampjaar werden de schansen weer opgeruimd, maar eind 18e eeuw kwamen ze weer terug. Het bleef een belangrijk verdedigingswerk op de route naar Gouda, en daarom werd het ook bemand door een Gouds garnizoen. Aan beide zijden van de IJssel zijn nog resten van de Goejanverwelleschans in het landschap te zien. En de Goejanverwellesluis kreeg nationale bekendheid toen de Patriotten hier in 1787 prinses Wilhelmina van Pruisen een nachtje gevangen zetten in de zogenaamde Prinsessenboerderij.
  14. Sint-Gabriël is een klooster met bijbehorende kerk van de paters Passionisten in de plaats Haastrecht, gemeente Krimpenerwaard. Het klooster en de kapel zijn gebouwd in de jaren 1921 en 1922. Het klooster werd gewijd aan Gabriele dell’ Adolorata (Gabriël van de Moeder van Smarten), die in 1920 heilig was verklaard. Het klooster diende tot voor kort voor de opleiding van missionarissen. Nu behoort het klooster tot de congregatie van de Passionisten en dient sinds 1967 als bestuurlijk centrum van de congregatie. Achter het klooster aan de oever van de Hollandse IJssel bevindt zich een begraafplaats voor de paters en broeders. Een ijzeren hek geeft toegang tot de begraafplaats. De bijbehorende Sint-Gabriëlkerk is ontworpen door de architect Joseph Franssen en werd gebouwd in 1928.
  15. In Haastrecht kan men terecht voor 1.000 jaar watergeschiedenis. Al rond 1155 was dit gebied bedijkt. De Vlist diende als bergboezem die bij laag water weer geloosd werd op de Hollandsche IJssel. In 1486 werd de eerste molen gebouwd, later volgden de andere zes. Tot 1913-1914 werd de polder door windbemaling bemalen met zes wipmolens en één stenen molen. Deze stenen molen, de 6e molen, is in 2010 gerestaureerd en zorgt ervoor dat nog regelmatig de Hooge Boezem onder water gezet kan worden. Eind 19e eeuw werd de functie van de molens overgenomen door stoombemaling. Het gemaal de Hooge Boezem stamt uit 1872 en doet sinds 1995 dienst als Poldermuseum. Het museum vertelt over het gemaal zelf, maar ook over het ontstaan van polders, molens en stoomgemalen. Langs de Vlist zijn twee sloepensteigers aangelegd voor niet motorgedreven sloepen: één bij de Zesde Molen en één bij de Koeneschans.
  16. Even ten westen van de latere Mallegatsluis werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog de Statensluis aangelegd om transporten gemakkelijker te maken. In het Rampjaar 1672 werd het een cruciale inlaat voor het water dat het Rijnland moet inunderen. Prins Willem III moest hemel en aarde bewegen om deze inundatie tot stand te brengen. De huidige Mallegatsluis werd in de 18e eeuw gebouwd. Deze sluis vormt de entree voor een rondvaart door Gouda.
  17. De Enkele Wiericke is een bijna acht kilometer lang kanaal gegraven in 1364 om het overtollig water van de Oude Rijn te kunnen lozen op de Hollandse IJssel. De Enkele Wiericke loopt van het klooster Sint-Gabriël in Haastrecht tot Fort Wierickerschans. Parallel aan de Enkele Wiericke loopt de Dubbele Wiericke. Beide kanalen begrenzen de polder Lange Weide en samen maken ze deel uit van de oude Hollandse Waterlinie. In 1672 liet Prins Willem III langs de westoever van de Enkele Wiericke de Prinsendijk opwerpen om het inundatiewater uit de bovenloop van de rivieren te keren. Hier is de Hollandse Waterlinie het smalst, zo’n 1500 meter. Op de Prinsendijk staan nog een aantal historische hardstenen kilometerpaaltjes. Ze zijn in slechte staat. Halverwege de Prinsendijk staat de Oukoopse Molen, een wipwatermolen die waarschijnlijk dateert uit het eind van de 17e eeuw.
  18.  Op deze bekende schoolplaat geeft Prins Willem III aanwijzingen voor de bouw van een fort aan het water Om herhaling te voorkomen liet prins Willem III in 1673 het grote Fort Wierickerschans bouwen. Binnen zes maanden, in juli van dat jaar was het Groot fort aen den cleynen Wierick klaar. De wallen, de drie uitvalspoorten en de manschapsverblijven stammen nog uit dat jaar. Toen het fort zijn strategische waarde verloor omdat de waterlinie meer naar het oosten verschoof, werd in 1747 besloten om het als buskruitmagazijn te gaan gebruiken. Voor dit doel werd een groot Kruithuis gebouwd met dikke muren met steunberen. Fort Wierickerschans zou naderhand uitgroeien tot Landelijk Hoofddepot van ‘s Rijks Buskruit. Er zijn plannen voor een bezoekerscentrum over de Oude Hollandse Waterlinie.
  19. Een van de commandoschepen van Prins Willem III op de Oude Rijn Tijdens het Rampjaar was ook Nieuwerbrug in staat van verdediging gebracht. De dijken langs de Rijn werden aan beide kanten verdedigd. Hier aan de Dubbele Wiericke liet kolonel Pain et Vin het Quartier aan de Nieuwerbrugge bouwen. Aan de overkant van de Rijn lag de kleine Molkerschans. In de richting Bodegraven lagen de schansen open. Om vanaf de wallen de omgeving goed te kunnen overzien, werden huizen in het dorp afgebrand. Hier begon het hoofdkwartier van Prins Willem III. Zijn troepen legerde hij achter de smalle Waterlinie, vanaf de Enkele Wiericke. In december 1672 werden de schansen in Nieuwerbrug in de rug aangevallen door de Franse troepen, die vanaf Zwammerdam en Bodegraven richting Woerden trokken. Kolonel Pain et Vin wist dat hij van het leger was afgesneden en omdat de open achterkant van de schans slecht te verdedigen was besloot hij het fort te ontruimen. Hiervoor zou hij later de doodstraf krijgen.   * Meer over Nieuwerbrug in de app ‘Nieuwerbrug 1672’, te downloaden via Google Play of de App Store. 20.
  20. De aanlegsteiger in Woerden bevindt zich in de Singel en naast het landgoed Bredius. Het landgoed ontstond bij de bouw van Hofstede Batestein en Villa Rijnoord, midden 19e eeuw. De hofstede werd bewoond door de boer die verantwoordelijk was voor de dagelijkse bedrijfsvoering op het landgoed. De schuur diende als wagenschuur en als zomerhuis. In de zomermaanden betrok de familie Bredius de hofstede en dan moest de boer tijdelijk verhuizen van de hofstede naar het zomerhuis in de schuur. Het landgoed is nu in beheer bij de Stichting Landgoed Bredius.

Klik  hier voor de vaarroute in PDF.