Een half jaar lang vormde de waterlinie een onneembare barrière tussen het Staatse leger en de Franse troepen. Dat veranderde toen Koning Winter zijn entree deed en de Waterlinie in een ijsvlakte veranderde. De Franse generaal, de Hertog van Luxembourg, trachtte hiervan gebruik te maken. Op 27 december 1672 wist hij vanuit de door de Fransen veroverde vestingstad Woerden een doorbraak te forceren. Over het bevroren inundatiewater trok een leger van 8.000 man in de richting van de Meijekade. Maar tijdens de overtocht zette de dooi in en het ijs bleek onbetrouwbaar. Het leger van Luxembourg kon niet verder optrekken naar Alphen aan den Rijn, omdat zich daar het Staatse leger had verzameld. De Franse soldaten waren genoodzaakt om via de Meijekade terug te keren naar Woerden. Daarbij trokken zij plunderend en moordend door de dorpen Zwammerdam en Bodegraven.

Vaarroute, 59 km

De audiovaartroute is via Izi.Travel online en offline te raadplegen. Wandelt u liever zonder uw telefoon, dan kunt u  de PDF-versie hier downloaden

Bezoekt u deze pagina met uw mobiel? Volg deze downloadlink.

  1. Woerden nam een centrale plek in de Waterlinie in, door zijn ligging aan de Oude Rijn en als schakel tussen de noordelijke en zuidelijke inundatiekommen. In Woerden was ook het Grootwaterschap Woerden gevestigd. In juni 1672 werd de stad door de Fransen ingenomen. Na dat Rampjaar werd Woerden versterkt. Om de oude stadswal werd in de 18e eeuw een tweede, modernere vestingwal aangelegd: het retranchement, een extra wal voor de verdediging van de stad. Ten noordoosten van Woerden werden twee verdedigingsposten ingericht: Fort De Kruipin en Fort Oranje. De 18e eeuwse buitengracht is nog in tact en er zijn nog twee bastions aanwezig. De vorm van de verdedigingsgracht is recent geaccentueerd en verfraaid door het Singelplan, een ambitieus project voor verfraaiing van de buitenste verdedigingsgracht. Aan de Waterlinie herinneren nog Bastion het Holle Bolwerck aan de Hoge Wal, het Exercitieveld, het Defensieeiland (een voormalig Ravelijn) en 18e -eeuwse gebouwen als Arsenaal en Kazerne.
  2. De Scheepsjongens van Woerden verhuren sloepen in allerlei maten voor vaartochten door het Groene Hart en de Oude Hollandse Waterlinie. Een ideaal startpunt voor alle vaartochten. De Scheepsjongens zijn gevestigd aan de Singel in Woerden (www.descheepsjongens.nl ) .
  3. ‘s-Gravesloot (ook wel, maar historisch onjuist, ‘s-Gravensloot gespeld) is een polder in de gemeente Woerden. De polder werd in de 12e eeuw ontgonnen, vanuit de richting van de Oude Rijn. Het waterbeheer valt onder het waterschap De Stichtse Rijnlanden. De ‘s-Gravesloot vormt de noordelijke begrenzing van de bebouwing van Woerden. Een trekpontje over de Grecht verbindt de ’s-Gravesloot met de weg naar Zegveld.
  4. De Grecht, in de volksmond Greft genoemd, is een wetering tussen de Oude Rijn bij Woerden tot de Kromme Mijdrecht. De lengte is 8,5 km. De Grecht werd aan het einde van de 14e eeuw gegraven en diende voor de ontwatering van het omringende polderland, maar werd ook voor de scheepvaart gebruikt. Voor de boeren, waarvan het land door de nieuwe watergang werd doorsneden, betekende dat veel overlast. Door golfslag moesten zij de oevers van hun landerijen verstevigen en omdat zij geen bruggen over de Grecht mochten bouwen, werd het bewerken van hun landen die westelijk van het water liggen moeilijker.
  5. Na lang protest mocht in 1494 een ‘nieuwe Grecht’ worden gegraven. De boeren moesten dit op eigen kosten doen. Gekozen werd voor een tracé aan de uiterste westrand van Kamerik-Mijzijde. Hier liep een veenstroompje, de Oude Meije. Voor de aanleg van de nieuwe Grecht werd hoofdzakelijk de loop van die Oude Meije gevolgd tussen de Lignekade en de Houtkade. Dit geeft de wetering hier het karakter van een rivier. De kleine hooiboezemlanden die tussen de nieuwe Grecht en de overgebleven stukken van de Oude Meije lagen, bleven als eilandjes deel uitmaken van Kamerik. Omdat zij, anders dan de buitendijkse landen, niet te lijden hadden van inklinking bleven zij op het oorspronkelijke 15e-eeuwse peil. Deze Kamerikse Nessen hebben inmiddels de status van natuurgebied.
  6. Al in 1494 werd deze locatie vermeld als ‘eene sluyse mitt eenen verlate’; het was de schutsluis van Woerden, vandaar het Woerdense Verlaat. Ten oosten van de sluis was een verdedigingspost ingericht. Deze Post aan het Woerdense Verlaat had als doel de opmars van vijandige troepen over de huidige Lange Meentweg richting Holland te beletten. Op 21 juni 1672 werd het Woerdense Verlaat helemaal open gezet, waardoor het water uit de Grecht vrij in de Oude Hollandse Waterlinie kon lopen. In september 1672 rukten de Fransen met 300 man via Kamerik op tot Woerdense Verlaat. De kapitein van het Staatse leger haalde de brug bij het Woerdense Verlaat op, waardoor de Fransen niet verder konden. Het Staatse leger joeg vervolgens de Fransen op tot de Putkop bij Harmelen, waar een schermutseling plaatsvond. Het Staatse leger trok zich uiteindelijk met ‘een goede buit op de vijand’ terug in Woerden. Daarna werd de post aan het Woerdense Verlaat bezet door twee compagnies infanterie. Op de rivier de Kromme Mijdrecht ten noorden van de post patrouilleerden bovendien vijf bewapende uitleggers.
  7. In 1933 begon de uit Den Haag afkomstige arts dr. W.H. Teupken met de aanleg van een privé jacht- en visgebied. Dit groeide uit tot Lusthof De Haeck.  Het oude gecultiveerde natuurgebiedje is in de tijd veranderd in een afwisselend wandelbos. Het smalle, bochtige pad voert de bezoekers  langs bomen, kleurrijke mossen, paddenstoelen en over bruggetjes. Weinig wandelroutes in Zuid-Holland en Nederland zijn zó gevarieerd als die door De Haeck!
  8. Aanlegplaats Oude Meije. De Meijekade steekt een stuk boven het maaiveld uit. De kade diende in de Oude Hollandse Waterlinie  als keerkade om bij inundatie het water op peil te houden. Het lage veenland van Zegveld fungeerde als inundatiegebied en daar was geen doorkomen aan voor de Franse troepen.  In het Rampjaar 1672 speelden zich langs de Meijekade diverse schermutselingen af tussen de Franse troepen en het Staatse leger.
  9. Op 27 december 1672 forceerden de Fransen een doorbraak vanuit de door hen veroverde vestingstad Woerden. Over het bevroren inundatiewater trok een leger van 8.000 man onder generaal Luxembourg in de richting van de Meijekade. Over weteringen moesten bruggen worden geslagen, zoals over de snelstromende Slimmen Wetering (slim = oud woord voor krom). Maar het vroor niet echt door en het ijs bleek onbetrouwbaar. Verscheidene soldaten zakten door het ijs en een twaalftal verdronk; sommigen konden nog bij hun haren uit het ijzige water worden getrokken. Toen Luxembourg eindelijk de Meijekade bereikte, werd hij onder vuur genomen door een uitlegger (boot), die bij de Kooi lag, terwijl gewapende boeren uit de omtrek wisten te voorkomen, dat de Franse voorhoede het platteland om Nieuwkoop ging plunderen. Op de plek waar Luxembourg onder vuur werd genomen ligt nu Buitenplaats De Blauwe Meije.
  10. Meije is een Nederlands lintdorp tussen Zwammerdam en Zegveld. Het heeft ongeveer 400 inwoners, verdeeld over drie gemeenten:  Bodegraven-Reeuwijk, Woerden en Nieuwkoop. En het is verdeeld over twee provincies, Zuid-Holland en Utrecht. Meije ligt aan het gelijknamige riviertje de Meije, een zijrivier van de Oude Rijn, en aan de Nieuwkoopse Plassen. Even verderop staat een opvallend hoge witte watertoren, die vanaf grote afstand herkenbaar is. In de volksmond staat deze bekend als Pietje Potlood.  Een centrale plaats in het dorp neemt eetcafé De Halve Maan in; daar hangt ook een informatiepaneel over de Oude Hollandse Waterlinie.
  11. Van de meeste versterkingen is niets meer terug te vinden, maar Schans Altelaat aan de Ziendeweg bij Zwammerdam is nog herkenbaar als een hooggelegen weiland met ronde vormen. Op kaarten is echter niets over deze schans te vinden. Wel is er een bron. Volgens het Archief van het gerecht van Aarlanderveen werd een stukje land in Aarlanderveen, genaamd de schans Altelaat in 1738 verkocht voor een  bedrag van 100 gulden. De schans lag op een strategische plek, in de binnenbocht van de Ziendervaart, waar deze in de Meije vloeit. Hoe dan ook, de naam Al te laat doet vermoeden dat de schans geen militaire rol van betekenis heeft gespeeld.
  12. Aanlegplaats Zwammerdam. Toen eind december 1672 de Waterlinie bevroor, trok het Franse leger via de Meije richting Zwammerdam. Zonder veel strijd sloegen de soldaten van het Staatse leger op de vlucht. Ze lieten hierbij hun gewonden achter in het dorp dat ze hadden moeten verdedigen. Vóór de dorpelingen dit door hadden, werd Zwammerdam vanaf de overkant van de Rijn beschoten. De Fransen haalden de brug neer en plunderden en verbrandden de huizen en de Nederlands Hervormde Kerk. Daarbij vielen ook enkele burgerslachtoffers. In de Wreedheid der Fransenbeschreef Romeyn de Hooghe hoe vrouwen aan hun haren werden opgehangen en met messen werden bewerkt. Vermoedelijk was dit oorlogspropaganda. Na 1672 werd het dorp weer snel opgebouwd, onder andere de Nederlands Hervormde kerk. Het verschil in steenformaat verraadt de overgang tussen de oude en nieuwe delen van de kerkmuren.
  13. Informatiepunt Kaasboerderij De Graaf. Tussen Zwammerdam en Nieuwerbrug bevond zich het uitgestrekte legerkamp van Prins Willem III. Soldaten waren ondergebracht in tenten, maar ook in de huizen en boerderijen van Bodegraven en Zwammerdam. Op  28 december 1672 bereikten de Fransen Zwammerdam, waarna ze langs de Rijndijken richting Woerden trokken. Het Staatse leger had deze terugtocht ernstig kunnen hinderen, maar gaf alle posities prijs zodat de Franse troepen vrij spel hadden. Bodegraven werd geplunderd en op diverse punten in brand gestoken. Daarbij werden ook wreedheden tegen de burgerbevolking begaan. In de Nederlands Hervormde kerk herinneren nog brandsporen aan deze episode.Meer informatie hierover in het informatiepunt Kaasboerderij de Graaf. Even verderop ligt de 17e-eeuwse Hofstede Paardenburgh.
  14. Om herhaling te voorkomen liet prins Willem III in 1673 het grote Fort Wierickerschans bouwen. Binnen zes maanden, in juli van dat jaar was het Groot fort aen den cleynen Wierick klaar. De wallen, de drie uitvalspoorten en de manschapsverblijven stammen nog uit dat jaar.  Toen het fort zijn strategische waarde verloor, omdat de waterlinie meer naar het oosten verschoof, werd in 1747 besloten om het als buskruitmagazijn te gaan gebruiken. Voor dit doel werd een groot Kruithuis gebouwd met dikke muren met steunberen. Fort Wierickerschans zou naderhand uitgroeien tot Landelijk Hoofddepot van ‘s Rijks Buskruit. Er zijn nu plannen voor een bezoekerscentrum over de Oude Hollandse Waterlinie.
  15. Tijdens het Rampjaar was ook Nieuwerbrug in staat van verdediging gebracht. De dijken langs de Rijn werden aan beide kanten verdedigd. Hier aan de Dubbele Wiericke liet kolonel Pain et Vin het Quartier aan de Nieuwerbrugge bouwen. Aan de overkant van de Rijn lag de kleine Molkerschans. In de richting Bodegraven lagen de schansen open. Om vanaf de wallen de omgeving goed te kunnen overzien, werden huizen in het dorp afgebrand. Hier begon het hoofdkwartier van Prins Willem III. Zijn troepen legerde hij achter de smalle Waterlinie vanaf de Enkele Wiericke. In december 1672 werden de schansen in Nieuwerbrug in de rug aangevallen door de Franse troepen, die vanaf Zwammerdam en Bodegraven richting Woerden trokken. Kolonel Pain et Vin wist dat hij van het leger was afgesneden en omdat de open achterkant van de schans slecht te verdedigen was besloot hij het fort te ontruimen. Hiervoor zou hij later de doodstraf krijgen.
  16. De Slag om Woerden. Al in juni 1672 werd Woerden door de Fransen bezet; Woerden bood een ideale positie om de verderop gelegen route naar Alphen aan den Rijn en Leiden te kunnen veroveren, maar de Rijndijken waren versterkt door diverse schansen. In de nacht van 12 oktober 1672 probeerde het Staatse leger Woerden te ontzetten in een gruwelijk gevecht bij De Kruipin. Dit was een strategisch gelegen punt bij de Oude Rijndijk aan de noordoostkant van Woerden. Er sneuvelden ruim 2.000 Fransen en 600 Hollanders waaronder de oom van Willem III: Frederik van Nassau-Zuylestein. Het lukte niet om Woerden te ontzetten, maar het was de eerste keer dat het Staatse leger zijn tanden liet zien! Midden 18e eeuw werden op deze plaats twee verdedigingsposten aangelegd die de beide Rijndijken moesten beschermen: Fort De Kruipin en Fort Oranje. Beide forten zijn nog in het landschap herkenbaar.

Klik hier voor de vaarroute in PDF.