Waterliniepad Noord: van Muiden naar Woerden

De Oude Hollandse Waterlinie leent zich uitstekend voor prachtige wandelingen, aan cultuur en natuur geen gebrek. Het Waterliniepad is een route van 109 kilometer die via de vestingsteden dwars door de mysterieuze linie heen loopt. De route is opgedeeld in een noordelijk gedeelte (van Gorinchem tot Woerden) en een zuidelijk gedeelte (van Woerden tot Muiden). Daarmee wordt de reikwijdte van de Oude Hollandse Waterlinie (1672-1816) aangegeven: van de voormalige Zuiderzee in het noorden tot aan de grote rivieren in het zuiden.  Het Waterliniepad Noord loopt van Muiden – via Weesp, Abcoude en Ronde Venen – naar Woerden.

Het Waterliniepad is opgedeeld in een noordelijk tracé tussen de vestingsteden Muiden en Woerden en een zuidelijk tracé vanaf Fort Wierickerschans tot aan het vestingstadje Woudrichem. Daarmee wordt de reikwijdte van de Oude Hollandse Waterlinie (1672-1816) aangegeven: van de voormalige Zuiderzee in het noorden tot aan de grote rivieren in het zuiden.

Muiden en ‘de Groote Zeesluis’

Muiden is het begin- en eindpunt van het Waterliniepad Noord. In 1672-1673 hield de vesting Muiden stand als onderdeel van de waterlinie. Nu nog kunnen elf van de oorspronkelijke twaalf bastions in de omwalling onderscheiden worden. Daarbinnen ligt ook het Muiderslot.

‘De Groote Zeesluis’ in het midden van de Vecht is aangelegd in de beginjaren van de Oude Hollandse Waterlinie. Het waterwerk bleef met verschillende kleine sluizen van groot belang, ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (1815-1963) en de Stelling van Amsterdam (1880-1914).  Andere militaire relicten zijn de Westbatterij en het Fort Pampus, een kazerne en enkele kanonremises.

De vestingstad Weesp weerstaat de Pruisen

De verdediging van de vestingstad Weesp werd in de spannende beginjaren van de Oude Hollandse Waterlinie danig op de proef gesteld. Dat maakte de geesten rijp voor een ambitieus vestingplan. Aan de kant van de Vecht en aan de zuidkant van de stad werden een viertal grote bastions aangelegd. Het ronde Fort op de Ossenmarkt is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

De bastions aan de noord- en westkant kwamen er uiteindelijk niet, maar dat Weesp desondanks goed verdedigbaar was in de waterlinie, bleek in september 1787. Een aanval van een Pruisisch leger werd toen glansrijk afgeslagen.

Fort Uitermeer en de Pruisische eer

Aan de meest oostelijke meander van de Vecht, bij de sluis in de vaart naar ‘s-Gravenland, was al in de 16e eeuw een versterking aangelegd. Hoewel die fortificatie goed werd onderhouden in de tijd van de Oude Hollandse Waterlinie, konden Pruisische troepen in september 1787 door onoplettendheid zomaar binnenmarcheren. Die troepen waren in beweging gekomen nadat prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van stadhouder Willem V, bij de Vlist en de Goejanverwellesluis was aangehouden. De eer van de prinses, zuster van de machtige koning van Pruisen, was in het geding en moest hersteld worden. Fort Uitermeer bleef ook voor de latere waterlinies van strategisch belang. Het restant van een torenfort met gracht en omliggend fortterrein zijn inmiddels in ruïnetoestand geconserveerd.

Fort Hinderdam op de grens

De Hinderdam in de Vecht met zijn Zuiderzeesluizen markeerde de bewaakte grens tussen Utrecht en Holland. De Vecht stond in open verbinding met de Zuiderzee en deze dam moest wateroverlast voorkomen. Voor de scheepvaart leverde dit echter overlast op: vandaar Hinderdam. In 1672-1673 werden de sluizen in de dam wijd open gezet om het omliggende land onder water te zetten; daarom probeerden de Fransen hier de hand op te leggen. Het was daarom veiliger de zeesluizen te verplaatsen naar de monding van de rivier binnen de vestingstad Muiden. Dan was ook de gehele rivier met de inundaties beter onder controle te brengen.  Ook later bleef de Hinderdam een versterkte plaats met een gefortificeerd eilandje in de Vecht en een tweetal lunetten (punten), aan beide kanten van de Vecht.

Nigtevecht in de frontlinie

Het dorp Nigtevecht kwam in 1672 tussen twee vuren te liggen. Eerst werden daar de watermolens door de Hollandse verdedigers in de brand gestoken, zodat de vijand het water niet van het land zou kunnen malen. Maar vervolgens staken de Fransen in Nigtevecht huis na huis in de brand. Ook de kerk onderging dat lot. Het is uitgebeeld op een van de prenten van de dorpen en kastelen die in de provincie Utrecht door de Fransen in het Rampjaar zijn verwoest. Voor de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam bleef de Vecht steeds de ruggengraat. Van de kringstelling om Amsterdam is bij Nigtevecht een gelijknamig fort bewaard gebleven.

Kasteel Abcoude en de ‘moordbranders’

Ook Abcoude werd in het Rampjaar toneel van schermutselingen. Ten zuiden van het dorp Abcoude wachtten de soldaten in 1672 de vijand op in het versterkte kasteel Abcoude. De bomen waren gekapt voor een vrij schootsveld. In de gracht was bij de slotbrug een ravelijn aangelegd. Maar toen de vijand arriveerde, durfden de verdedigers niets te ondernemen en viel het dorp grotendeels in handen van de ‘moordbranders’.

Van kasteel Abcoude is het grondpatroon in het landschap bewaard gebleven en deels gereconstrueerd. Niet te verwarren met Fort Abcoude, ten westen van het dorp; dit fort was onderdeel van een kringstelling rond Amsterdam uit de periode 1880-1914.

Het wachtschip in Waverveen

In de Ronde Venen is het gebied van de Oude Hollandse Waterlinie voor een deel veranderd door het verveningsbedrijf voor de brandstof turf. Het huidige landschap, met de Vinkeveensche Plassen en de drooggemaakte polder Groot-Mijdrecht, is later ontstaan.

Het heftigste wapenfeit uit de tijd van de waterlinie speelde zich af in het oude verdwenen landschap. In een novembernacht van 1672 kwamen de Franse troepen verhaal halen, toen de inwoners van Waverveen ondanks bevel geen hooi hadden geleverd. De strijd ontbrandde bij de voormalige Bijleveldse brug, waar een uitlegger, ‘de Amstelse Galije’, de wacht hield. De bemanning van het wachtschip dolf het onderspit en vervolgens ging ook het voornaamste deel van het dorp in vlammen op. Eeuwen later komen soms nog uiteenlopende stenen kogels te voorschijn.

De Zuwen in Wilnis-Demmerik

In de zomer van 1672 werd het land rond het dorp Wilnis onder water gezet voor de Oude Hollandse Waterlinie. Dat bleek echter niet afdoende toen de vijand optrok naar het nabij gelegen Waverveen. Pas in het voorjaar van 1673 verminderde het gevaar doordat de Hollanders van Nieuwersluis aan de Vecht een hoeksteen van de waterlinie wisten te maken. De Ter Aase Zuwe en de Wilnisse Zuwe aan de oost- en aan de zuidkant van Wilnis waren onderdeel van de nieuwe defensielijn. ‘Zuwen’ waren in die tijd zo ongeveer de enige uitvalswegen over land in de Ronde Venen. Daarop werden zowel in Demmerik als in Wilnis zogenaamde verdedigingsposten ingesteld. Vandaag de dag herinnert café ‘De Schans’ in Demmerik aan de situatie uit die beginjaren van de waterlinie.

De Dooijersluis na 1672

De Oude Hollandse Waterlinie was een noord-zuid linie van onder water gezette polders. Voor dit doel moest het land binnen de polderkades onder water worden gezet. Sluizen moesten open en poldermolens buiten werking gesteld. Ging dat in de hoge nood van 1672 niet snel genoeg, dan werden kades en dijken langs de hoog liggende watergangen doorgegraven.

Toen de dreiging van 1673 voorbij was, wilden de plattelanders niet alleen de gaten dichten, maar ook de waterhuishouding verbeteren. De welvaart in deze lager gebieden is daar immers totaal van afhankelijk. Zo werd de Dooijersluis in 1674 een van de vier sluizen in de nieuwe Ring van de Ronde Venen. Het gebiedje vormt nog steeds een interessant waterstaatkundig relict.

De redoute aan de Joostendam

Door het dorp Kockengen voerden twee gegraven watergangen – de Bijleveld en de Groote Heicop – water aan voor de inundatiegebieden van de Oude Hollandse Waterlinie.

Even ten noorden van het dorp buigt de Groote Heicop af in de richting van de Vecht, terwijl de Bijleveld verder gaat in noordwestelijke richting, oorspronkelijk tot aan de Amstel. Op het punt waar de beide watergangen uit elkaar gaan, werd voor de waterlinie bij de Joostendam een redoute (vierzijdige schans) aangelegd. In het oorlogsjaar 1794 werd de schans zelfs versterkt. Maar hij werd nooit gebruikt: de winter viel in en de Franse generaal Pichegru trok over de bevroren rivieren de Republiek binnen.

Tegenwoordig floreert daar de horeca. De ‘Eterij Eiland in het Weiland’ biedt de gasten een weids uitzicht over water, riet en gras.

Kruipin en Oranje: de verdwenen forten van Woerden

De Rijndijken ten oosten van Woerden werd afgegrendeld door de Schenkenschans, bij de sluis en  herberg De Kruipin, en de Vossenschans, ten zuiden van de Rijn. Na het Rampjaar werd een ontwerp voor een waterlinie aan de oostkant van Woerden gemaakt, toegeschreven aan de beroemde vestingbouw- en liniedeskundige Menno van Coehoorn. In de Venen volgde deze waterlinie onder meer de Kameriksche Wetering naar de Oude Rijn. Op dat laatste punt, bij de sluis en herberg ‘De Kruipin’, waar in 1672 slag was geleverd, werden in 1747-1748 twee nieuwe forten gebouwd: het kleine fort Kruipin aan de noordelijke rand en het grote fort Orange of de Vrijheid aan de binnenkant van de meander in de Oude Rijn. Deze forten vervingen de oudere schansen. Bastions van het grote fort zijn teruggebracht in het huidige stratenpatroon van de Woerdense wijk Meander en de naam Vossenschans leeft nog steeds voort.

De Slag om Woerden, oktober 1672

De Slag om Woerden, in oktober 1672, speelde zich af langs de Oude Rijn ten oosten van de stad. Duizenden soldaten kwamen om en een deel van Woerden ging in vlammen op, maar de Fransen wisten er de baas te blijven.

In de 18e eeuw groeide Woerden uit tot een belangrijke vestingstad van de Oude Hollandse Waterlinie. Om de oude stadswal, met onder meer het kasteel, werd een tweede modernere vestingwal aangelegd. De bijbehorende verdedigingsgracht bestaat nog. Ten (noord)oosten van de stad verrezen in die tijd forten langs de Oude Rijn en binnen de stadswallen rond het Kerkplein het nog bestaande monumentale Arsenaal en de grote Kazerne.

Na de tijd van de Oude Hollandse Waterlinie kreeg Woerden een ander militair belang: een wasserij op het Defensie-eiland, bij het kasteel, bleef tot in de vorige eeuw in functie voor het leger.

Daarom is Woerden het begin- en eindpunt van het Waterliniepad Noord.