Tijdens het Rampjaar 1672 was het Hollands-Utrechtse veenweidegebied grotendeels veranderd in een soort binnenmeer, met versterkte vestingsteden en schansen langs de rivierdijken. Vanuit hun versterkte posities bestookten de Staatse en Franse troepen elkaar, waarbij de Republiek uitleggers inzette. Dit waren kleine binnenvaartscheepjes, bewapend met donderbussen (kanonnen) en snaphanen (vuurwapens). Naast kogels werd er ook schroot weggeschoten waarmee dood en verderf onder de vijand werd gezaaid. De Hollanders waren hierbij dankzij hun gebiedskennis in het voordeel en voerden bliksemacties uit tegen de Fransen.

Hun effectiviteit werd nog verhoogd toen admiraal Michiel de Ruyter in het najaar een groot aantal matrozen uit de vloot afstond om de uitleggers te bemannen. Volgens Rampjaar-kenner Luc Panhuijsen had Holland een vloot in de vaart van ruim zestig uitleggers. De Vechtstreek had in militairstrategisch opzicht een bijzonder grote betekenis doordat de Waterlinie daar dwars doorheen liep. Uiteindelijk kwamen de Fransen op hun weg naar Amsterdam niet verder dan Breukelen, dat juist vóór de Waterlinie lag. Het dorp werd daardoor een legerplaats.

Vaarroute, 53 km

Bezoekt u deze pagina met uw mobiel? Volg deze downloadlink.

  1. Al in 1494 werd deze locatie vermeld als ‘eene sluyse mitt eenen verlate’; het was de schutsluis van Woerden, vandaar Woerdense Verlaat. Het Woerdense Verlaat was een strategisch knooppunt in de Oude Hollandse Waterlinie, omdat hiermee een groot gebied tussen Meije, Grecht en Oude Rijn onder water gezet kon worden. Daarom werd het goed verdedigd met een schans en bewapende schepen, en vonden hier regelmatig schermutselingen plaats tussen de troepen van de Republiek en Frankrijk. Dit is het start- en eindpunt van de noordelijke vaarroute van het Rampjaar 1672. Er ligt een aanlegsteiger voor sloepen en er kan gebruik worden gemaakt van enkele hooiberghutten voor overnachting (vanaf medio 2020 in gebruik!).
  2. Ter verdediging van de Republiek tegen de opmars van het Franse leger werd in 1672 een groot deel van de polders onder water gezet. Tussen Gorinchem en Muiden lagen zo’n vijf inundatiekommen. De vierde kom lag ten noorden van Woerdense Verlaat en bestond uit de polders tussen de watergangen Meije en de Grecht, de polders tussen de Kromme Mijdrecht en de Amstel en vandaar in oostelijke richting een aantal polders bij de rivier de Vecht. Het onder water gezette gebied eindigde bij de hoge gronden bij Naarden.
  3. Een grensgebied met eeuwenlange strijd In de strijd tegen de Fransen werden uitleggers gebruikt: bewapende scheepjes. In het grensgebied tussen het graafschap Holland en het bisdom Utrecht werd eeuwenlang strijd geleverd tussen de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht. Dit verklaart het grillige verloop van deze grens. In juni 1672 werd Utrecht door de Fransen veroverd. Daarna vielen ze De Ronde Venen binnen om door te stoten naar het gewest Holland. Daarom hadden de Hollanders een groot deel van dit gebied onder water gezet. Dat was niet zo moeilijk, want het gebied van de Ronde Venen wordt vrijwel geheel omgeven door een ring van kleine veenriviertjes. In het Rampjaar 1672 en ook in 1673 waren daar de uitleggers actief, kleine bewapende binnenvaartscheepjes.
  4. In 1672 werd het land rond het dorp Wilnis onder water gezet. Dat bleek niet afdoende toen de Fransen optrokken naar het nabijgelegen Waverveen. Pas in voorjaar van 1673 verminderde het gevaar toen de Hollanders Nieuwersluis wisten in te nemen. De Ter Aase Zuwe en de Wilnisse Zuwe – aan de oost- en zuidkant van Wilnis – waren onderdeel van de nieuwe defensielijn. Zuwen zijn kades die werden gebruikt als looppaden in het moerassige polderland.
  5. Vanwege deze nieuwe defensielijn werden in Demmerik en Wilnis verdedigingsposten ingesteld. Vandaag de dag herinnert café De Schans in Demmerik aan de strijd in de beginjaren van de waterlinie. Van de schans zelf is niets meer terug te vinden. Men passeert ook het Bellopad dat een vroegere spoorlijn met vier oude stationnetjes volgt en een zeer gevarieerd landschap doorsnijdt: een 6 meter onder NAP gelegen droogmakerij, veenafgravingen, de oudste en misschien wel mooiste polder van Nederland, langs de Vinkeveense plassen en het schilderachtige rivierengebied rond de Angstel bij Baambrugge.
  6. De Vinkeveense Plassen zijn verbonden met de rivier de Amstel. Ze zijn vanaf de Gouden Eeuw ontstaan door de winning van turf ten behoeve van Amsterdam. De huidige langwerpige eilanden zijn legakkers, ze waren vroeger in gebruik als droogvelden voor de nog natte turf. Nadat het veen was weggebaggerd bleven er veenplassen achter, gevormd door de trekgaten die door afslag van de oevers steeds groter werden. Veel later werd ook de onderliggende zandlaag hier en daar weggebaggerd. Dit zand werd gebruikt bij de aanleg van de A2 en Amsterdam-Zuidoost. Hierdoor bereiken de plassen een voor Nederland ongekende diepte van 50 meter.
  7. Slot Loenersloot is een kasteel en voormalige ridderhofstad in Loenersloot, gelegen aan de westelijke oever van de Angstel. Het kasteel wordt in 1258 voor het eerst genoemd. Het bestond toen waarschijnlijk slechts uit een verdedigingstoren (donjon). In de 19e eeuw werd deze woontoren geheel ommetseld en van kantelen voorzien. De vleugels van het kasteel dateren uit de 14de en 15de eeuw. In de 18e eeuw werden de bestaande gebouwen samengevoegd tot een buitenplaats. In 2012/2013 zijn het kasteel en het kasteelpark ingrijpend gerestaureerd en gedeeltelijk voor publiek opengesteld.
  8. Baambrugge is gelegen aan het riviertje de Angstel, hemelsbreed gelegen tussen de Vinkeveense Plassen in het westen en het Amsterdam-Rijnkanaal in het oosten. Baambrugge had in 2019 1.420 inwoners. Even ten noorden van het dorp, richting Abcoude staat de voormalige poldermolen Hoog- en Groenland uit circa 1680.
  9. Het Slot Abcoude is een voormalig kasteel bij Abcoude in de provincie Utrecht. Het kasteel werd het eerst vermeld tijdens de verwoesting door Gijsbrecht van Amstel in 1274. Het werd later herbouwd maar nu zijn nog slecht enkele de fundamenten zichtbaar in het landschap met daar omheen de herstelde slotgracht. In 1672 speelde het een belangrijke rol. Veldmaarschalk Johan Maurits van Nassau voerde toen het bevel van Muiden tot en met Abcoude. Op 19 juli 1672 bezette hij Slot Abcoude, dat toen diende als legerplaats waar troepen gestationeerd konden worden. De veldmaarschalk moest de Fransen beletten op schepen de Vecht af te zakken. De doortocht door de Angstel werd versperd door uitleggers. Zo bewaakte hij de weg naar Amsterdam. Gevolg was dat de Fransen een paar keer Abcoude aanvielen en in brand staken.
  10. Het Fort bij Abcoude is het oudste landfort van de Stelling van Amsterdam. Je vindt hier het hoofdgebouw met kruitmagazijn, waterkelder en slaapvertrekken. De buitenmuren zijn wel 1,8 meter dik! Het fort is gebouwd tussen 1884 en 1887. De gebouwen zijn gemaakt van bakstenen en brikkenbeton, als een van de laatste in zijn soort. Al kort na de Eerste Wereldoorlog deed het fort geen dienst meer. Door de uitvinding van de brisantgranaat was het niet langer bomveilig. In 2006 is het fort overgedragen aan Natuurmonumenten. Het fort is gerestaureerd en wordt herontwikkeld.
  11. Fransen trekken plunderend door brandend Abcoude. November van het Rampjaar 1672: gefrustreerd door de inundaties besloten de hongerige Franse troepen te gaan plunderen in de omgeving. Ze trokken brandstichtend door de dorpen van het Groene Hart en kwamen ook in Abcoude dat in brand werd geschoten.  Doordat de inundaties niet goed waren uitgevoerd konden zij snel oprukken naar Hinderdam waar ze werden tegengehouden door de troepen van de Republiek. De Fransen trokken zich toen terug, maar op 11 februari vielen ze Abcoude nog een keer binnen. Na een mislukte poging om het Abcouder Slot te veroveren en te plunderen, staken ze opnieuw huizen in brand.
  12. De Batterij aan het Gein is een aarden verdedigingswerk aan het eind van de Liniewal Geindijk-Nigtevecht in Abcoude. Het bestaat uit batterijen aan weerszijden van de Gein en maakt onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam. Tussen 1800 en 1810 werden weerszijden van de Gein, bij de Oostzijdse Molen, twee gesloten aardwerken aangelegd. Deze kanonnen dekten Fort bij Abcoude en reikten tot aan Fort aan de Winkel.
  13. De Voetangelbrug is een ophaalbrug over de Waver in de gemeente Ouder-Amstel en ligt bij de driesprong van de riviertjes de Holendrecht, Bullewijk en Waver. De brug is gelegen aan de zuidzijde van de Holendrecht en verbindt de Ronde Hoep Oost met de Voetangelweg richting Abcoude. De brug op deze plaats wordt al in de 16e eeuw vermeld. De naam ‘Voetangel’ verwijst naar een voormalige herberg aan de driesprong, die de vorm had van een voetangel, tegenwoordig beter bekend als kraaienpoot. Sinds 1626 had het de functie van Tolgaardershuis voor trekschuit en paard en wagen op weg naar Amsterdam of Utrecht. Omdat iedereen hier belemmerd werd en moest stoppen om tol te betalen was het ook een ‘voetangel op de reis’. In 1672 werd hier een verdedigingspost ingesteld, die later deel ging uitmaken van de Stelling van Amsterdam. Tegenwoordig staat op de plaats van de herberg een restaurant met de naam De Voetangel.
  14. Het Fort in de Botshol is een fort van de Stelling van Amsterdam. Het fort ligt in de Noorderpolder van Waver-Botshol, ten zuiden van de Waver. Het is het enige fort van de Stelling, waarvan het verdedigbare aardwerk uit 1895 behouden is gebleven. De slappe veengrond maakte het noodzakelijk de bodem met grote hoeveelheden zand te verstevigen. Het zandlichaam werd omgevormd tot verdedigbaar aardwerk met geschutsopstellingen.
    Een heftig wapenfeit uit de tijd van de Waterlinie speelde zich af in november 1672. In een novembernacht kwamen de Franse troepen verhaal halen, toen de inwoners van Waverveen ondanks bevel geen hooi hadden geleverd. De strijd ontbrandde bij de voormalige Bijleveldse brug, waar een uitlegger, ‘de Amstelse Galije’, de wacht hield. De bemanning van het wachtschip dolf het onderspit en vervolgens ging ook het voornaamste deel van het dorp in vlammen op. Eeuwen later komen soms nog uiteenlopende stenen kogels tevoorschijn.
  15. Het Fort Waver-Amstel (ook bekend als Fort de Nes of Fort Nessersluis) ligt bij Nessersluis in de polder Groot-Mijdrecht waar de Oude Waver en de Amstel samenkomen. Het ligt een paar kilometer ten noordoosten van Uithoorn en is onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Het fort werd tussen 1886 en 1911 gebouwd en had als taak het acces aan de Veldweg en de inundatiesluis ten oosten van het fort af te sluiten en te verdedigen.
  16. Het Fort bij Uithoorn maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam. Rond Amsterdam werden vanaf 1880 45 forten aangelegd. In de volksmond wordt af en toe gesproken over Fort Amstelhoek. Het fort ligt in het dorp Amstelhoek in de gemeente De Ronde Venen, en is te zien vanaf de N196. Om het vestingwerk ligt een gracht. Fort Amstelhoek bestond eerst uit aarden wallen, en in 1887 werd besloten een vestingwerk aan te leggen. Dit werd tussen 1909 en 1911 uitgebreid met bomvrije gebouwen en in 1917 kwam er een luchtafweerafdeling. De bezetting bestond toen uit 321 mannen.
  17. Het Fort aan de Drecht ligt in de Uithoornsche polder in de gemeente Uithoorn. Het fort maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam. Het kwam gereed in 1911 en maakt onderdeel uit van de Vuurlinie tussen Fort bij Kudelstaart en Fort bij Uithoorn. Fort aan de Drecht ligt voor de liniedijk. Zo kon men bestaande bebouwing buiten de vuurlijn van de forten houden en inundatiewerken verdedigen, zoals de damsluis in de Drecht. De houten genieloods, gebouwd in 1888 of 1889, is nog aanwezig. De fortwachterswoning is gesloopt en op de plaats staat een modernere woning.
  18. De post aan de Groene Jonker had als doel de opmars te beletten van vijandige troepen over de voormalige verbindingsweg van Mijdrecht naar Zevenhoven. Deze verbindingsweg (acces) is op historische kaarten bekend als ‘het Pad naar Mijdrecht’ en liep dwars door het onder water gelopen gebied. De locatie van de post bij de Groene Jonker was strategisch gekozen: daar waar het pad de Kromme Mijdrecht kruiste.Eind september 1672 werd de post bezet door één compagnie infanterie. Op de Kromme Mijdrecht patrouilleerden bovendien vijf vrachtschuiten (uitleggers) die door de stad Amsterdam waren gestuurd. Ze waren elk bewapend met drie donderbussen en dertien snaphanen (vuurwapens) en bemand door zestien man. Een van de vrachtschuiten was gestationeerd bij het ‘Pannenhuys bij de Groene Jonker in de Cromme-Mijdrecht’.Ter hoogte van de post bij de Groene Jonker werd eind 18e eeuw een molengang aangelegd. Deze molengang werd ‘Jonker’ of ‘Groene Jonker’ genoemd en bestond uit een ondermolen en een bovenmolen. Van de voormalige molengang is alleen nog de stomp van de bovenmolen aanwezig, tegenwoordig Hogedijk 26 in Zevenhoven.
  19. De Westveense Molen is een poldermolen uit 1676 in Woerdense Verlaat, gemeente Nieuwkoop. De molen is gebouwd voor de bemaling van de polder Westveen. Tot 1976 bemaalde deze molen zelfstandig het 145 ha. grote waterschap. Tot 1 januari 1989 stond de molen op Utrechts grondgebied. Door gemeentelijke herindelingen staat hij sinds die tijd in Zuid-Holland. De Westveense Molen is eigendom van de stichting Het Utrechts Landschap en is sinds 2010 weer te bezichtigen.
  20. De Post aan het Woerdense Verlaat had als doel de opmars van vijandige troepen over de huidige Lange Meentweg richting Holland te beletten. Op 21 juni 1672 werd het Woerdense Verlaat helemaal open gezet, waardoor het water uit de Grecht vrij in de Oude Hollandse Waterlinie kon lopen. In september 1672 rukten de Fransen met 300 man via Kamerik op tot Woerdense Verlaat. De kapitein van het Staatse leger haalde de brug bij het Woerdense Verlaat op, waardoor de Fransen niet verder konden. Het Staatse leger joeg vervolgens het de Fransen op tot de Putkop bij Harmelen. Hier vond een klein gevecht plaats. Het Staatse leger trok zich uiteindelijk met ‘een goede buit op de vijand’ terug op Woerdense Verlaat. Daarna werd de post aan het Woerdense Verlaat bezet door twee compagnies infanterie. Op de rivier de Kromme Mijdrecht ten noorden van de post patrouilleerden bovendien vijf bewapende uitleggers.

Klik hier voor  de vaarroute  in PDF.